Wanneer iemand overlijdt, moet zijn of haar nalatenschap zorgvuldig worden verdeeld volgens het testament, of, als dat ontbreekt, volgens de wet. Maar wat als een erflater onverwachte contanten achterlaat, terwijl het testament niet met zoveel woorden aangeeft wat daarmee moet gebeuren?
De Rechtbank Rotterdam 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13049 boog zich op 31 oktober 2025 over precies zo’n situatie. De zaak benadrukt het belang van de wil van de erflater bij het uitleggen van een testament.
Geschreven door Lisanne van Wijk en Fleur Aben.
Wat valt er onder het legaat?
Erflaatster had in haar testament één erfgenaam aangewezen: haar broer. Hij heeft de nalatenschap van zijn zus zuiver aanvaard, maar overleed zelf kort daarna. Zijn echtgenote (eiseres in de zaak) is enig rechthebbende op zijn nalatenschap. De nalatenschap van erflaatster komt derhalve toe aan de echtgenote van de overleden broer. Naast het aanwijzen van haar broer als enig erfgenaam, legateerde erflaatster € 5.000,00 aan een legataris (gedaagde in de zaak). Dit bedrag werd ook uitbetaald aan de legataris. Verder legateerde erflaatster haar inboedel, lijfsieraden en persoonlijke bezittingen aan een aantal in het testament genoemde personen, waaronder de eerdergenoemde legataris. Deze legataris ontving uit de inboedel een oude koffer van erflaatster. Later bleek dat er € 5.000,00 aan contanten in deze koffer zat welke zij zich heeft toegeëigend. In totaal nam de legataris dus € 10.000,00 mee uit de nalatenschap van erflaatster.
Eiseres vindt dat de legataris het contante geld dat zij in de koffer vond, moet terugbetalen aan de nalatenschap, omdat het geldbedrag niet valt onder de noemer ‘inboedel’. Volgens haar heeft de legataris dus geen recht op het contante geldbedrag uit de koffer. De legataris zelf vindt dat zij het gevonden geldbedrag mag houden, aangezien erflaatster – volgens haar – bij leven tegen haar heeft gezegd dat deze specifieke koffer voor haar was en dat zij deze uit de woning moest halen wanneer erflaatster zou komen te overlijden.
De kernvraag: had erflaatster bedoeld dat het contant geld in de koffer ook aan de legataris toekwam?
Uitleg van het testament
De kantonrechter oordeelde van wel. Hij legde het testament van erflaatster op grond van artikel 4:46 BW als volgt uit: erflaatster heeft haar volledige inboedel, persoonlijke bezittingen en alles wat zich in haar woning bevond willen nalaten aan de specifiek genoemde legatarissen, waaronder gedaagde, en niet aan haar broer, behalve voor zover hij een paar aandenkens mocht kiezen. Omdat erflaatster gedaagde bovendien had verteld dat de koffer met het geld voor haar bedoeld was en dit niet door eiseres werd betwist, vallen ook de contanten onder het legaat. De legataris mocht het gevonden bedrag van € 5.000,00 uit de koffer dus houden.
Door het testament naar de letter te lezen én oog te hebben voor wat erflaatster bij leven had gezegd, kwam de rechter tot een praktische uitkomst: wie de koffer kreeg, mocht ‘m houden én kreeg wat erin zat. Het testament gaf voor deze uitleg voldoende houvast. Soms is het leven (en het erfrecht) nu eenmaal zo eenvoudig als een oude wijsheid leert: een gegeven paard moet je niet in de bek kijken.
