De vereffenaar loopt bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden tegen allerlei punten aan, sommige zijn juridisch en andere punten meer praktisch van aard. De vereffenaar kan bij het uitvoeren van zijn taken ook te maken krijgen met giften. De Hoge Raad heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan aangaande giften. Hieronder zal kort worden ingegaan op de vraag wanneer de vereffenaar te maken krijgt met giften en daarnaast zal worden ingegaan op de inhoud van de uitspraak van de Hoge Raad.
Wanneer krijgt de vereffenaar te maken met giften?
De vereffenaar kan om een aantal redenen met giften te maken krijgen. De belangrijkste situaties worden hieronder kort benoemd.
De vereffenaar kan met giften te maken krijgen als een legitimaris als schuldeiser zijn vordering uit hoofde van de legitieme portie bij de vereffenaar indient. De vereffenaar zal bij het beoordelen van de omvang van de legitimaire aanspraak ook giften moeten betrekken. De in artikel 4:67 BW genoemde giften verhogen immers de legitimaire massa. Het is wel de vraag in hoeverre de vereffenaar zich in de discussie over de legitimaire aanspraak moet mengen. De legitimaire aanspraak behoort immers ook niet altijd op de uitdelingslijst thuis. Voor meer informatie hierover, verwijzen wij naar een eerder hierover verschenen artikel “Zien we de legitimaire vorderingen terug op de uitdelingslijst bij de vereffening van een nalatenschap?”
Soms ligt het ook op de weg van de vereffenaar om giften te vernietigen, omdat er bijvoorbeeld sprake is geweest van misbruik van omstandigheden.
Bij het doen van de aangifte erfbelasting (waartoe de vereffenaar in veel gevallen gehouden is) kan het zijn dat de vereffenaar moet kijken naar giften. De ‘180-dagenregeling’ zorgt er immers voor dat schenkingen die binnen 180 dagen vóór overlijden worden uitgevoerd, alsnog worden belast met erfbelasting.
Giften spelen daarnaast een rol bij het leerstuk van inbreng. Sinds 1 januari 2003 hoeven niet meer standaard alle giften te worden ingebracht in de nalatenschap. Op dit uitgangspunt kunnen in het testament en bij schenkingsakte uitzonderingen zijn gemaakt. De inbrengverplichting speelt in het kader van de verdeling. De vereffenaar heeft niet de taak om de nalatenschap te verdelen, maar de vereffenaar zal (zeker als het testament daartoe aanleiding geeft) wel vaak informeren naar giften.
De formele schenkingsleer
Op 5 september 2025 heeft de Hoge Raad (Hoge Raad 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1238) zich uitgelaten over de vraag aan wie een gift moet worden toegerekend in het kader van een beroep op de legitieme portie
De Hoge Raad heeft – ter zake de vraag wie als schenker moet worden aangemerkt – bevestigd dat moet worden uitgegaan van de formele schenkingsleer. Dit betekent dat de schenking volledig wordt toegerekend aan degene die de schenking doet, ongeacht de vraag uit wiens vermogen de gift wordt gedaan. Als een echtgenoot die is getrouwd in gemeenschap van goederen een gift doet, dan wordt dus de volledige gift aan de betreffende echtgenoot toegerekend. Dat de gift wordt gedaan uit gemeenschappelijk vermogen, doet daar niet aan af. Verwezen wordt naar r.o.v. 4.2.2
“De wetgever heeft voor het civiele recht derhalve uitdrukkelijk ervoor gekozen giften volledig toe te rekenen aan degene die daarbij formeel als schenker partij was. Dit betekent voor de berekening van de legitieme porties dat giften op naam van de erflater op de voet van art. 4:67 BW in aanmerking worden genomen voor het geheel, ook indien hij in gemeenschap van goederen gehuwd was en de giften feitelijk mede ten laste zijn gekomen van zijn echtgenoot.”
De vereffenaar en giften
De vereffenaar krijgt met heel veel leerstukken te maken. Ten aanzien van de giftenproblematiek in ieder geval in het kader van de legitieme portie is het voor de vereffenaar van belang om te weten dat de Hoge Raad heeft bevestigd dat de formele schenkingsleer van toepassing is.
