De inbrengverplichting: wanneer is een gift een voorschot op de erfenis?

Als een nalatenschap verdeeld moet worden, kan het zijn dat een erfgenaam al iets ‘met de warme hand’ gekregen heeft van de erflater. Moet die gift dan, als een soort van voorschot op de erfenis, verrekend worden met zijn erfdeel? Het antwoord op die vraag hangt af van het bestaan van een inbrengverplichting. Wat houdt die inbrengverplichting precies in? En wanneer is een erfgenaam verplicht tot inbreng?

 

Wat is de verplichting tot inbreng in de nalatenschap?

De wet zegt het volgende over de inbrengverplichting: “De verplichting tot in inbreng betekent dat bij de verdeling van de nalatenschap de waarde van de gift in mindering komt van het aandeel van de tot inbreng verplichte erfgenaam in het hem en de erfgenamen, te wier behoeve de inbreng verplicht is, uit de nalatenschap toekomende gedeelte, vermeerderd met de onderling in te brengen bedragen.” Dat is een hele mond vol, maar houdt uiteindelijk niets méér in dan een simpele rekensom die toegepast wordt bij de verdeling van een erfenis. Het is dus niet zo, dat een inbrengplichtige erfgenaam gehouden is om wat hij van erflater gekregen heeft, daadwerkelijk ‘terug’ te geven aan de nalatenschap zodat het alsnog verdeeld kan worden onder alle erfgenamen. De andere erfgenamen kunnen dus ook niet vorderen dat de begiftigde erfgenaam iets teruggeeft, of betaalt aan de nalatenschap.

De inbrengplichtige erfgenaam mag behouden wat hij als gift gekregen heeft. Inbreng houdt slechts in dat bij de berekening van wat de erfgenamen bij de verdeling van de nalatenschap toekomt, de waarde van de gift (ten tijde van die gift) in mindering strekt op zijn aandeel in de nalatenschap. Daarbij geldt dat inbreng niet verplicht is voor zover de waarde van de gift groter is dan het aandeel van de erfgenaam. Dat betekent dat de erfgenaam als gevolg van inbreng in het slechtste geval niets over zal houden aan de verdeling van de nalatenschap. Een verplichting tot inbreng van een gift zal nooit leiden tot een schuld van de inbrengplichtige erfgenaam aan de nalatenschap of aan de andere erfgenamen. Om een voorbeeld te geven van inbreng:

Vader heeft drie kinderen en een huis dat € 500.000,00 waard is. Hij verkoopt dit huis voor € 300.000,00 aan kind A. Daarin ligt een gift aan A van € 200.000,00 besloten. Aan kind B schenkt vader een bedrag van € 100.000,00 en kind C krijgt niets. Vervolgens komt vader te overlijden. Het te verdelen saldo van zijn nalatenschap bedraagt € 600.000,00. Als er geen inbrengverplichting zou gelden, zou ieder kind bij de verdeling van de nalatenschap € 200.00,00 krijgen.

Maar als de twee kinderen die een gift gekregen hebben wél verplicht zijn hun gift in te brengen, ziet de verdeling van de erfenis er heel anders uit. De ‘fictieve’ nalatenschap bedraagt dan € 600.000,00, vermeerderd met de giften van € 200.000,00 en € 100.000,00, en dus € 900.000,00. Als erfgenamen van vader hebben de drie kinderen ieder een aandeel daarin van € 300.000,00, waarna de giften in mindering dienen te strekken op ieders aandeel. Bij de verdeling van de nalatenschap van € 600.000,00 krijgt kind A dus (€ 300.000,00 – € 200.000,00 =) € 100.000,00, kind B € 200.000,00 en kind C € 300.000,00. Daarmee is de eerdere ongelijkheid als gevolg van de schenkingen rechtgetrokken: uiteindelijk heeft ieder kind dan € 300.000,00 gekregen.

Wanneer geldt er bij erfenissen een inbrengverplichting?

Een belangrijke datum voor de vraag of een gift moet worden ingebracht in de nalatenschap of niet, is 1 januari 2003. Op die datum is het huidige erfrecht in werking getreden en daarmee is de inbrengregeling wezenlijk veranderd. Vóór 1 januari 2003 gold als uitgangspunt dat een gift aan een afstammeling een voorschot op de erfenis was. Afstammelingen van een erflater waren onder het oude recht in beginsel verplicht om aan hen gedane giften in te brengen. Dat was alleen anders indien de begiftigde van die verplicht was vrijgesteld bij de gift of bij testament. Sinds 1 januari 2003 is het precies andersom: er geldt voor erfgenamen géén verplichting tot inbreng, tenzij de erflater bij de gift of bij testament voorgeschreven heeft dat er wél ingebracht moet worden. Als de erflater bij de gift bepaald heeft dat de gift moet worden ingebracht, kan die verplichting bij testament overigens weer ongedaan gemaakt worden.

Maar wat nu, als er giften aan kinderen gedaan zijn vóór 2003, terwijl de nalatenschap na 2003 is opengevallen? Als de erflater noch bij de gift, noch bij testament, iets bepaald heeft over inbreng, is er dan een inbrengverplichting of niet? Geldt dan bij de verdeling van de nalatenschap het huidige recht met betrekking tot een eventuele inbrengverplichting, zodat er niets hoeft te worden ingebracht, of het oude recht, zodat er dus juist wél ingebracht moet worden? In het hierboven gegeven voorbeeld zou dat voor kind A nogal wat uitmaken: bij toepassing van het oude recht zou hij € 100.000,00 verkrijgen uit de verdeling van de nalatenschap en bij toepassing van het huidige recht € 200.000,00 méér. Het antwoord op deze vraag ligt besloten in het overgangsrecht: als een afstammeling van erflater vóór 2003 een gift gekregen heeft van erflater zonder dat hij bij die gift of bij testament is vrijgesteld van de verplichting tot inbreng, zal hij de gift moeten inbrengen, óók als erflater na 1 januari 2003 is overleden.

Het is dus goed om je te realiseren dat giften die vóór 2003 aan afstammelingen van de erflater gedaan zijn, relevant blijven voor nalatenschappen die daarna opengevallen zijn en verdeeld moeten worden. Daar is ook geen termijn aan gekoppeld, in die zin dat giften die lang geleden gedaan zijn niet meer ingebracht zouden hoeven worden. Omdat de inbrengregeling betrekking heeft op de verdeling van de nalatenschap en ‘te allen tijde’ verdeling gevorderd kan worden, kunnen ook giften die tientallen jaren geleden gedaan zijn aan afstammelingen, in het kader van een inbrengverplichting nog betrokken worden in de verdeling. Op die manier zou het kunnen dat heel oude giften aan kinderen nog steeds gezien moeten worden als voorschotten op de nalatenschap, ook al bestaat er op grond van het huidige recht in beginsel geen inbrengverplichting meer.

Als erfgenamen een nalatenschap gaan verdelen en zich afvragen of er misschien nog iets rechtgetrokken moet worden omdat sommigen bij leven van erflater schenkingen gekregen hebben die anderen niet gekregen hebben, zouden zij voor de beantwoording van die vraag het volgende schema kunnen hanteren:

Schema inbreng giften in de nalatenschap

 

 

Meld u aan voor onze opleidingen nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons aanbod. Meld u hieronder aan en ontvang als eerste een overzicht van nieuwe data en opleidingen.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.