Een concept-testament is soms toch geldig

Wanneer kan een concept-testament tot geldige versie van het testament worden verheven en wanneer niet? Welk beoordelingskader wordt hierbij door een rechter gehanteerd?

Vormvereisten voor een testament

Het wettelijk uitgangspunt is dat erfopvolging plaatsvindt via het stelsel van versterf, zoals opgenomen in de wet. Daarvan kan bij uiterste wilsbeschikking worden afgeweken zoals middels het opmaken van een testament. Aan het opmaken daarvan stelt art. 4:94 BW specifieke vormvereisten. Uitgezonderd enkele in de wet beschreven noodgevallen, kan een uiterste wil alleen worden opgemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte. Is de uiterste wilsbeschikking wel vastgelegd in een notariële akte, dan is deze slechts nietig als de akte niet door de testateur of niet door een notaris is ondertekend.

De waarborg van de tussenkomst van de notaris is dat deze op het moment van het passeren van de akte kan nagaan of hetgeen in de akte is opgenomen op dat moment ook daadwerkelijk de uiterste wil van erflater is. Dit is ook de reden waarom een notaris, alvorens tot het verlijden van de akte over te gaan, mededeling doet van de zakelijke inhoud van die akte en daarop een toelichting geeft.

Afwijking van vormvereisten testament op grond van redelijkheid en billijkheid

Van dit wettelijk stelsel kan op grond van de redelijkheid en de billijkheid, als bedoeld in art. 6:2 BW, worden afgeweken. Uit de jurisprudentie blijkt dat onder uitzonderlijke omstandigheden de wettelijke vereisten gesteld aan een uiterste wilsbeschikking met een beroep op de redelijkheid en billijkheid ter zijde worden geschoven, of kan, met andere woorden, een concept-testament tot een definitieve versie worden verheven. Daarvoor is noodzakelijk dat (volstrekt) zeker is dat hetgeen is vastgelegd in het concept-testament overeenstemt met de uiterste wil van de erflater op het moment van overlijden. Het hiervoor genoemde criterium is ontleend aan de uitspraak van  . In dat arrest lijkt ruimte te worden gelaten voor toepassing van de redelijkheid en billijkheid in het erfrechtelijk stelsel. In de verschillende uitspraken nadien wordt in dat verband gesproken over ‘volstrekte zekerheid’, ‘geen enkele redelijke twijfel’ of ‘overtuiging’. Voorts blijkt ook dat rechters terughoudend dienen te zijn met het buiten toepassing laten van een rechtsregel. Dit kan alleen als het toepassen van de rechtsregel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare gevolgen zou hebben. Daarvoor moet sprake zijn van uitzonderlijke bijkomende omstandigheden, nu het wettelijk stelsel de gerechtigdheid van erfgenamen die door de wet zijn aangewezen tot uitgangspunt neemt en het beginsel van rechtszekerheid daarin een belangrijke rol speelt.

Welke omstandigheden zijn van belang om een concept-testament tot geldige versie te verheffen?

In de zaken waarin het concept-testament wel gevolgd werd, stond voor de rechter  vast dat het concept-testament overeenkomstig de wil van de erflater was opgemaakt. Bij de beoordeling daarvan werd relevant geacht de verklaring van de notaris (wat was diens overtuiging over de wil van de erflater?), de mate waarin het concept-testament al dan niet volledig is ingevuld, de mate waarin het concept-testament door de notaris met de erflater is doorgesproken (hoe vaak was er een bespreking en wie waren daarbij?), de aantekeningen en doorhalingen van de erflater op het concept-testament (zijn die duidelijk en/of eenduidig?), de correspondentie daarover van de erflater met de notaris en mogelijk andere personen (in hoeverre komt de inhoud daarvan overeen met de inhoud van het concept-testament?), de verklaringen van anderen en het tijdsverloop tussen het laatste concept-testament en de datum van overlijden (en wat daar de reden van is).

Twee recente zaken over de geldigheid van een concept-testament, twee verschillende uitkomsten:

 

Rechtbank Gelderland 12 februari 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:1077

Op 12 februari 2025 oordeelde in een zaak waarin erflater kort voor zijn overlijden een e-mail stuurde aan de notaris met correcties die moesten worden doorgevoerd in een concept van een testament dat de notaris had gemaakt. In het concept had de erflater zijn partner als zijn enige erfgenaam aangewezen, dit werd tevens bevestigd in de gezonden e-mail. Sterker nog, in het concept heeft hij bij de erfstelling een krul gezet. Door zijn plotse overlijden is dit testament nooit rechtsgeldig geworden. De notaris heeft tijdens de zitting verklaard dat zij de absolute overtuiging heeft (‘uit de grond van mijn hart’) dat het concept-testament de wil van de erflater weergeeft. Dat is de reden dat voor de rechtbank vaststaat dat het concept van het testament de wil van de erflater correct weergeeft. De rechtbank heeft ook “de overtuiging” dat de erflater een notariële akte met die uiterste wil zou hebben doen passeren indien hij niet voortijdig zou zijn overleden. Onder deze uitzonderlijke omstandigheden is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat het versterferfrecht geldt zodat de erfopvolging moet geschieden volgens het concept van het testament.

Rechtbank Den Haag 30 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14068

In deze zaak van vordert de partner van erflaatster dat het concept-testament als rechtsgeldig wordt aangemerkt zodat hij enig erfgenaam is. De nabestaanden van erflaatster verzetten zich hiertegen. De rechtbank overweegt dat de verklaringen, met name die van de notaris, wel aannemelijk maken dat het concept-testament overeenkwam met wat erflaatster rond het huisbezoek van de notaris in 2023 wilde. De vereiste juridische maatstaf is echter dat volstrekte zekerheid moet bestaan dat de inhoud van het concept-testament ook haar uiterste wil ten tijde van het overlijden was. De rechtbank stelt vast dat die zekerheid ontbreekt, mede omdat erflaatster het concept-testament niet zelf heeft gelezen of laten voorlezen en er geen zekerheid is dat haar intentie op het moment van overlijden ongewijzigd was. Het concept-testament van erflaatster is ook niet door haar ondertekend. De rechtbank concludeert dat niet aan de hoge bewijsmaatstaf is voldaan en ziet geen grond om op basis van de redelijkheid en billijkheid van het versterferfrecht af te wijken. De vorderingen worden daarom afgewezen.

Concept-testament soms toch geldig

Een concept-testament kan slechts tot een geldig testament worden verheven in uitzonderlijke situaties waarin met volstrekte zekerheid vaststaat dat de inhoud ervan overeenstemt met de uiterste wil van de erflater op het moment van overlijden. Het wettelijk uitgangspunt blijft dat erfopvolging plaatsvindt volgens het versterferfrecht, tenzij een rechtsgeldig testament aanwezig is dat voldoet aan de strikte vormvereisten van art. 4:94 BW. Alleen wanneer toepassing van die regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, kan daarvan worden afgeweken. Rechters passen deze uitzondering uiterst terughoudend toe en slechts indien sprake is van zulke bijzondere omstandigheden dat geen redelijke twijfel bestaat over de wil van de erflater. Recente rechtspraak bevestigt dit: in de zaak van rechtbank Gelderland werd het concept-testament gevolgd omdat de rechter overtuigd was dat het document de daadwerkelijke wil van erflater weergaf en dat hij dit zeker zou hebben gepasseerd als hij niet onverwacht was overleden. In de zaak van rechtbank Den Haag werd dit juist afgewezen omdat onvoldoende zekerheid bestond dat de erflater het concept bij overlijden nog wenste, mede doordat het niet was gelezen, voorgelezen of ondertekend.

Kortom, alleen als buiten twijfel vaststaat dat het concept-testament de definitieve wil weergeeft op het moment van overlijden, kan de rechter het concept alsnog volgen. Ontbreekt deze volstrekte zekerheid, dan prevaleert het wettelijk versterferfrecht.