De vraag naar erkenning van genderidentiteit speelt een steeds grotere rol binnen het familierecht. Waar de wet lange tijd uitging van een strikt binaire indeling van geslacht, is in de praktijk ruimte ontstaan voor een bredere benadering. In deze bijdrage wordt ingegaan op het wetsvoorstel tot wijziging van de geslachtsaanduiding, de historische ontwikkeling van de regelgeving en de manier waarop de rechtspraak inmiddels omgaat met non-binaire geslachtsregistratie. Daarbij wordt duidelijk hoe wetgeving en praktijk zich op dit punt nog altijd in ontwikkeling bevinden.
Wetsvoorstel Wijziging geslacht in de geboorteakte
Op 4 mei 2021 werd het wetsvoorstel “Wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte” ingediend. Dit voorstel heeft als doel de procedure voor het wijzigen van de geslachtsaanduiding te vereenvoudigen en de voorwaarden daarvoor te versoepelen. In het wetsvoorstel blijft echter een binaire geslachtsregistratie het uitgangspunt: personen vanaf zestien jaar kunnen hun geslachtsaanduiding wijzigen naar man of vrouw.
Doordat het wetsvoorstel zelfbeschikking centraal stelt als belangrijkste voorwaarde voor een geslachtswijziging, ontstond al snel de vraag of dit ook ruimte zou moeten bieden voor non-binaire mensen – mensen die zich niet (volledig) man of vrouw voelen – om een non-binaire geslachtsaanduiding te krijgen. In 2021 diende Kamerlid Van Ginneken daarom een amendement in om het mogelijk te maken de geslachtsaanduiding te wijzigen naar ‘X’. Hoewel dit amendement later werd ingetrokken, blijft de discussie over juridische erkenning van non-binaire personen voortduren.
Op korte termijn is er geen duidelijk vooruitzicht op wetgeving die de regels rondom geslachtsregistratie zal aanpassen.
Geschiedenis wijziging geslacht
Tot 1985 was het in Nederland in principe niet mogelijk om het juridische geslacht te wijzigen, behalve voor mensen met een intersekse conditie. Sinds 1985 konden transgender personen hun geslacht laten aanpassen, maar daar waren strenge voorwaarden aan verbonden. Zo moest uit een deskundigenverklaring blijken dat de betrokkene ongehuwd was, een medische transitie had ondergaan en als gevolg daarvan onvruchtbaar was geworden.
Met de komst van de Transgenderwet in 2014 werden de regels ingrijpend gewijzigd en versoepeld. De definitie van geslacht verschoof van een focus op de lichamelijke kenmerken van een persoon naar een focus op diens genderidentiteit; iemands innerlijke, persoonlijke beleving van het eigen gender. Sindsdien hoeft er uit een deskundigenverklaring slechts nog te blijken dat iemand de weloverwogen en duurzame overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren. Hiermee werd het recht op zelfbeschikking het belangrijkste uitgangspunt.
Non-binariteit in het recht
Ondanks deze ontwikkeling blijft het Nederlandse wettelijke systeem uitgaan van een binaire indeling van geslacht. Artikel 1:28 van het Burgerlijk Wetboek spreekt immers over de overtuiging “tot het andere geslacht te behoren”, wat impliciet uitgaat van twee mogelijke geslachten: man en vrouw.
Wel bestaat er een beperkte uitzondering. Op grond van artikel 1:19d BW kan bij de geboorte van een intersekse kind worden vermeld dat het geslacht “niet is kunnen worden vastgesteld”, zolang dit binnen drie maanden na de geboorte gebeurt. Voor volwassenen die zich non-binair identificeren bestaat echter geen wettelijke mogelijkheid om hun geslacht naar een neutrale aanduiding te wijzigen.
Toch hebben rechters in de praktijk een oplossing gevonden.
In 2007 wees de Hoge Raad een verzoek om een non-binaire geslachtsaanduiding af. De Hoge Raad overwoog dat, bij de huidige stand van wetgeving, het algemene belang bij handhaving van de wettelijke regeling over de geslachtsaanduiding prevaleerde boven het individuele belang van de verzoeker.
Maar met de komst van de Transgenderwet in 2014 is de ‘huidige stand van wetgeving’ inmiddels gewijzigd.
Een belangrijke omslag kwam in 2018, toen de rechtbank Limburg voor het eerst een verzoek tot een non-binaire geslachtsaanduiding toekende. De rechtbank verwees naar nationale en internationale ontwikkelingen waaruit bleek dat non-binaire genderidentiteiten steeds vaker juridisch worden erkend. Het ontbreken van de mogelijkheid tot een passende geslachtsregistratie werd door deze rechter gezien als een mogelijke inbreuk op het recht op zelfbeschikking, beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De geboorteakte werd daarom gewijzigd met de vermelding dat het geslacht “niet is kunnen worden vastgesteld”.
In juli 2021 ging de rechtbank Amsterdam een stap verder door voor het eerst de aanduiding ‘X’ toe te kennen. Sinds 2022 kiezen rechters in vergelijkbare zaken vrijwel steeds voor deze aanduiding. Hoewel de motivering per zaak kan verschillen, zijn rechters het er in de praktijk over eens dat een non-binaire geslachtsregistratie moet worden toegewezen. Waar eerder vooral een belangenafweging werd gemaakt tussen de belangen van de verzoeker en het maatschappelijke belang, en werd gekeken naar maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, wordt tegenwoordig steeds vaker verwezen naar het recht op zelfbeschikking op grond van artikel 8 EVRM om een verzoek toe te kennen. Rechters benadrukken daarbij regelmatig dat van verzoekers niet kan worden verwacht dat zij het wetgevingstraject afwachten. In sommige gevallen worden verzoeken zelfs toegewezen zonder mondelinge behandeling of deskundigenverklaring.
Tegelijkertijd heeft de Hoge Raad zich terughoudend opgesteld. Tot tweemaal toe weigerde de Hoge Raad prejudiciële vragen over genderneutrale geslachtsregistratie te beantwoorden, omdat hij van oordeel is dat het primair aan de wetgever is om hierover te beslissen. Juist daarom is deze ontwikkeling uitzonderlijk: zonder specifieke wetgeving en zonder richtinggevend arrest van de Hoge Raad hebben lagere rechters zelf richting gegeven aan de praktijk. Daarmee hebben zij het heft in eigen handen genomen en de weg naar de ‘X’ gewezen.
Conclusie wetgeving geslachtsaanduiding
Wetgeving die een genderneutrale geslachtsaanduiding regelt lijkt voorlopig niet in zicht. Ook de Hoge Raad laat zich hier niet over uit. In de praktijk hebben lagere rechters echter al ruimte gecreëerd voor verzoekers die hun geslachtsaanduiding willen wijzigen naar ‘X’. Hoewel de motivering per zaak kan verschillen, worden dergelijke verzoeken inmiddels met grote regelmaat toegewezen. Daarmee speelt de rechtspraak voorlopig een belangrijke rol in de erkenning van een genderneutrale geslachtsregistratie. Onze advocaten kunnen u bij vraagstukken hierover verder helpen.

