In een eerder artikel besprak ik de vraag of een vereffenaar van een nalatenschap kan optreden wanneer een erfgenaam weigert om na het overlijden van erflater de woning te verlaten. Uit de toen besproken rechtspraak volgde dat een vereffenaar onder omstandigheden ontruiming kan vorderen wanneer de woning moet worden verkocht om schulden van de nalatenschap te voldoen. Inmiddels zijn hierover opnieuw enkele interessante uitspraken verschenen. Deze bevestigen de eerdere lijn en geven daar op onderdelen verdere invulling aan.
Gebruiksrecht erfgenaam kan wijken voor taak vereffenaar
In de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 24 april 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:3454) verbleef een erfgenaam in de woning die tot de nalatenschap behoorde. De vereffenaar vorderde ontruiming, omdat verkoop van de woning noodzakelijk was om de schulden van de nalatenschap te voldoen. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang gegeven: zonder ontruiming kon de woning niet te gelde worden gemaakt en liepen de schulden (in het bijzonder de opeisbare schuld aan de ING Bank) verder op.
Bijzonder aan deze uitspraak is dat de erfgenaam zich beriep op een gebruiksrecht op grond van artikel 3:169 BW. Ook dat stond volgens de voorzieningenrechter niet aan ontruiming in de weg. Een dergelijk gebruiksrecht is volgens de rechter geclausuleerd en kan bovendien worden doorkruist door de taak van de vereffenaar. De noodzaak om de woning te verkopen en te leveren ter voorkoming van een executoriale verkoop weegt volgens de voorzieningenrechter zwaarder. Het eventuele gebruiksrecht kan, aldus de voorzieningenrechter, geen afbreuk doen aan het recht van de vereffenaar om de woning te gelde te maken ter voldoening van de nalatenschapsschulden.
Ook de belangenafweging viel in het voordeel van de vereffenaar uit. Hoewel het belang van de erfgenaam bij een dak boven het hoofd zwaar weegt, was zij al geruime tijd op de hoogte van de noodzaak om andere woonruimte te zoeken. Daarbij woog mee dat zij de verkoop eerder had bemoeilijkt en onvoldoende had onderbouwd dat zij daadwerkelijk tijdig naar vervangende woonruimte had gezocht. Zelfs het gegeven dat de erfgenaam schulden van de nalatenschap heeft betaald leidt niet tot een ander oordeel. Sterker nog, de voorzieningenrechter oordeelt dat een ontruiming kan bewerkstelligen dat de vereffenaar over middelen zal kunnen beschikken om de erfgenaam te vergoeden. De ontruiming werd dan toegewezen, met een termijn van veertien dagen.
Welke dwangmiddelen kan de vereffenaar inzetten?
De recente rechtspraak laat daarnaast zien dat niet alleen de ontruimingsvordering zelf van belang is, maar ook de wijze waarop de veroordeling kan worden afgedwongen. In een verstekvonnis van de Rechtbank Overijssel van 13 mei 2026 (ECLI:NL:RBOVE:2026:2654) kwam onder meer een dwangsom aan de orde als middel om de veroordeelde tot uitschrijving uit de BRP te bewegen.
Daarnaast kan, wanneer vrijwillige ontruiming uitblijft, de feitelijke ontruiming door een gerechtsdeurwaarder worden uitgevoerd. In een uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 20 mei 2026 (ECLI:NL:RBOVE:2026:2768) werd de vordering tot ontruiming toegewezen. De gevraagde afzonderlijke machtiging om de ontruiming met behulp van de sterke arm van politie en justitie uit te voeren, werd afgewezen omdat de wet daarin al voorziet: artikel 556 lid 1 Rv bepaalt dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder, terwijl artikel 557 Rv de toepasselijkheid van de regels over de tenuitvoerlegging met behulp van de sterke arm regelt. Een aparte machtiging van de rechter is daarvoor, aldus de voorzieningenrechter, niet noodzakelijk. In het vonnis van de Rechtbank Overijssel van 13 mei 2026 (ECLI:NL:RBOVE:2026:2654) werd de erfgenaam bovendien veroordeeld om de eventuele kosten van ontruiming door een gerechtsdeurwaarder aan de vereffenaar te voldoen.
De vereffenaar kan daarmee, afhankelijk van de omstandigheden, verschillende middelen inzetten om de woning daadwerkelijk vrij te krijgen: een veroordeling tot ontruiming, eventueel versterkt met een dwangsom, en – wanneer vrijwillige nakoming uitblijft – gedwongen ontruiming door de gerechtsdeurwaarder.
Ontruiming afdwingen door vereffenaar
De recente rechtspraak bevestigt dat de vereffenaar daadwerkelijk over de mogelijkheid beschikt om een door een erfgenaam bewoonde woning vrij te maken wanneer verkoop noodzakelijk is voor het voldoen van schulden. Voor de erfgenaam geldt dat het enkele belang bij voortgezet wonen niet zonder meer opweegt tegen de belangen van de vereffening. De recente uitspraken onderstrepen daarmee opnieuw dat een vereffenaar, indien noodzakelijk, ontruiming kan afdwingen om de woning te gelde te kunnen maken.



