Het meerderjarigenbewind & AI

Artificial Intelligence (‘AI’), in goed Nederlands: kunstmatige intelligentie, is niet meer weg te denken uit de samenleving. De afgelopen jaren zijn er veel AI-systemen ontwikkeld die bepaalde taken van een mens tot op zekere hoogte kunnen overnemen. Denk daarbij bijvoorbeeld chatbots die door bedrijven worden ingezet om vragen van klanten te beantwoorden.

Zo’n chatbot is een voorbeeld van generatieve AI: AI die in staat is om zelfstandig nieuwe inhoud (bijvoorbeeld teksten of afbeeldingen) te creëren op basis van bestaande data (informatie). Generatieve AI is gebaseerd op een Large Language Model (‘LLM’). Een LLM is in staat om een antwoord te formuleren op een door een mens gestelde vraag op basis van de grote hoeveelheid data die het LLM heeft getraind.

Omdat een LLM op basis van kansberekening telkens bepaalt welke woord er volgt op een bepaald woord en op die manier tot een antwoord komt, loop je het risico dat een LLM zoals ChatGPT niet het juiste antwoord geeft. Dit kan problemen geven wanneer een persoon ChatGPT gebruikt en zich daarbij niet realiseert dat het door ChatGPT gegenereerde antwoord mogelijk niet het juiste antwoord op de gestelde vraag is.

Nu hoor ik u denken: wat heeft dit te maken met het personen- en familierecht, meer in het bijzonder het meerderjarigenbewind? Een terechte vraag, maar de relevantie zal u duidelijk worden aan de hand van een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 1 oktober 2025, die ik graag met u bespreek nadat ik het wettelijk kader van het meerderjarigenbewind geschetst heb.

Meerderjarigenbewind

Het meerderjarigenbewind, in het Burgerlijk Wetboek ‘beschermingsbewind’ genoemd, is wettelijk geregeld in Titel 19 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van art. 1:431 BW kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren. Dat beschermingsbewind kan worden uitgesproken voor een bepaalde of onbepaalde tijd als een meerderjarige niet in staat is om zijn vermogensrechtelijke belangen volledig te behartigen als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand. Is de meerderjarige daartoe niet in staat als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden, dan kan het beschermingsbewind enkel worden uitgesproken voor bepaalde tijd.

Op grond van art. 1:431 lid 2 BW kan het beschermingsbewind al worden ingesteld voordat de minderjarige meerderjarig wordt wanneer te verwachten is dat de minderjarige op het tijdstip waarop hij meerderjarig zal worden niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

Het verzoek tot instelling van het beschermingsbewind kan worden verzocht door de rechthebbende zelf, zijn echtgenoot of (geregistreerd) partner of een bloedverwant tot en met de vierde graad, maar ook zijn voogd, curator of mentor op grond van art. 1:432 lid 1 BW. Op grond van art. 1:432 lid 2 BW kan het verzoek ook worden ingediend door het Openbaar Ministerie of door de instelling die de rechthebbende verzorgt of begeleiding biedt.

In de beschikking die de kantonrechter afgeeft wanneer het verzoek tot het instellen van het beschermingsbewind wordt gehonoreerd, bepaalt de rechter welke goederen onder bewind worden gesteld. Dit is wettelijk bepaald in art. 1:434 lid 1 BW. Bovendien benoemt de kantonrechter een bewindvoerder, zo volgt uit art. 1:435 lid 1 BW. Art. 1:438 lid 1 BW bepaalt het rechtsgevolg van een meerderjarigenbewind: het beheer over de onder bewind gestelde goederen komt tijdens het bewind niet toe aan de rechthebbende, maar aan de bewindvoerder. Dat betekent dat de rechthebbende alleen met medewerking van de bewindvoerder – of, als deze zijn medewerking niet wil verlenen, met machtiging van de kantonrechter – over de onder het bewind staande goederen kan beschikken (art. 1:438 lid 2 BW).

Rechtbank Noord-Holland 1 oktober 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:11321)

In deze procedure is een verzoek tot het instellen van een beperkt meerderjarigenbewind ingediend door Parlan. Parlan is een organisatie in Noord-Holland die hulp biedt aan kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben bij het opvoeden en/of opgroeien. Parlan verzoekt in eerste instantie een beperkt meerderjarigenbewind over het aanzienlijke geldbedrag dat een meisje dat binnenkort 18 jaar wordt zal ontvangen uit de erfenis van haar vader. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek heeft Parlan dit verzoek omgezet in een verzoek tot het instellen van een algemeen bewind, omdat een beperkt bewind mogelijk niet voldoende bescherming biedt en niet werkbaar is voor de bewindvoerder.

Parlan vreest dat het meisje niet in staat is om zelfstandig en verantwoord om te gaan met het geldbedrag dat ze zal ontvangen uit de erfenis van haar vader. Het meisje geeft geen openheid van zaken over haar inkomsten en uitgaven. Parlan ziet dat er diverse bedragen worden gestort op de rekening van het meisje, zonder te weten wat de herkomst van die bedragen is. En ook sluit het meisje impulsief abonnementen af en koopt ze producten op afbetaling. Bovendien is het meisje kwetsbaar binnen haar sociale omgeving.

Het meisje ziet een algeheel bewind niet zitten, maar gaat wel akkoord met een beperkt bewind. Ze wil graag zelf verantwoordelijk zijn voor haar financiën en wil hier graag stappen in zetten. Ook geeft ze aan dat niet is gebleken dat zij niet in staat is om haar eigen financiën te beheren. Ze wil graag onafhankelijk zijn en kan terugvallen op haar netwerk als ze hulp nodig heeft. Het meisje voert bovendien aan dat een algeheel bewind niet nodig is, omdat zij door gebruik te maken van AI alle informatie kan vinden die zij nodig heeft.

AI als alternatief voor een meerderjarigenbewind?

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland gaat in dit verweer van het meisje niet mee. Ten aanzien van het argument van het meisje dat ze met behulp van AI alle informatie kan vinden die ze nodig heeft, oordeelt de kantonrechter als volgt:

“Dat betrokkene denkt zich te kunnen redden met AI is een overschatting van zowel haar eigen vaardigheden als de mogelijkheden die AI biedt. AI kan namelijk hallucineren doordat het soms overtuigd klinkende maar onjuiste of verzonnen informatie geeft, wat gevaarlijk is omdat dit kan leiden tot misleiding of het nemen van een verkeerde beslissing.”

De kantonrechter is dus – terecht – kritisch op het gebruik van AI vanwege de risico’s die het gebruik van AI met zich mee kan brengen. In zijn oordeel weegt de kantonrechter mee dat het grote eigen vermogen als gevolg van de erfenis van haar vader er waarschijnlijk toe zal leiden dat zij haar erfenis zal moeten gebruiken om in haar levensonderhoud te voorzien. In dat kader is intensief contact nodig tussen het meisje en haar bewindvoerder. Ook het feit dat het meisje geen openheid van zaken geeft over haar inkomsten en uitgaven, acht de kantonrechter zorgelijk. Jongeren met een lastige start in hun leven kunnen snel in de problemen komen door veel geld uit te geven. Bovendien zijn zij vatbaar voor misbruik.

Daarom oordeelt de kantonrechter dat het noodzakelijk is dat er een algeheel bewind over het vermogen van het meisje wordt ingesteld voor de duur van drie jaar. Tijdens die periode kan het meisje – samen met de bewindvoerder – leren haar financiën en vermogen zelfstandig en op verantwoorde wijze te beheren. Het verzoek van Parlan wordt dus toegewezen.

Wat betekent AI voor de toekomstige rechtspraak?

Deze uitspraak laat zien dat AI ook in juridische procedures bij rechterlijke instanties een rol kan spelen. In deze procedure speelde AI een rol omdat de betrokkene in AI een argument zag waarom haar vermogen niet in zijn geheel onder bewind zou moeten worden gesteld.

In een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2025:10388) bleken alle verwijzingen van een advocaat naar uitspraken van de Hoge Raad in zijn conclusie van antwoord (het schriftelijk processtuk dat een advocaat namens de gedaagde partij indient als reactie op de dagvaarding van de eisende partij) onjuist te zijn. De Rechtbank Rotterdam constateert in rechtsoverweging 5.16 van deze uitspraak:

“Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat alle verwijzingen in de conclusie van antwoord naar uitspraken van de Hoge Raad onjuist zijn. In de conclusie van antwoord heeft Dwaard verwezen naar (vermeende) uitspraken van de Hoge Raad ten aanzien van het handelsnaamrecht, met vermelding van een (vermeend) ECLI-nummer. Geen enkele van de aangehaalde (vermeende) arresten heeft betrekking op het handelsnaamrecht. Sommige ECLI-nummers horen bij strafrechtelijke uitspraken, andere bestaan in het geheel niet. Desgevraagd heeft (de advocaat van) Dwaard verklaard dat dit alles is veroorzaakt door een probleem bij het converteren van een word-bestand naar pdf. Deze verklaring roept vragen op.”

Deze uitspraak laat zien dat de opkomst van AI rechters dwingt om kritisch te blijven kijken naar door advocaten aangehaalde jurisprudentie en andere inhoudelijke argumenten in processtukken.

Overigens is er ook al een kantonrechter van de Rechtbank Gelderland geweest die antwoorden gegeven door ChatGPT heeft gebruikt om te komen tot een oordeel in een gerechtelijke procedure (zie Rechtbank Gelderland 7 juni 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3636). In overweging 5.7 van de uitspraak schrijft deze kantonrechter:

“De kantonrechter schat, mede met behulp van ChatGPT, de gemiddelde levensduur van zonnepanelen uit 2009 op 25 à 30 jaar. (…) Uitgaande, wederom mede aan de hand van ChatGPT, van een huidige gemiddelde kWh-prijs van 0,30 (…). Waarom niet wordt aangesloten bij het door [eisende partij in conventie] genoemde bedrag van 13.963,20 is met het bovenstaande en de noten 4 t/m 7 afdoende gemotiveerd.”

Deze uitspraak laat zien dat ook rechters blijkbaar (soms) gebruik maken van ChatGPT. Overigens is op deze uitspraak wel veel kritiek geweest. Een rechter die de gemiddelde levensduur en de gemiddelde kWh-prijs mede baseert op de antwoorden die ChatGPT op dit punt heeft gegeven, zonder te weten op welke data ChatGPT de antwoorden op de door de kantonrechter gestelde vragen heeft gebaseerd, heeft in de juridische wereld begrijpelijkerwijs tot veel fronsende wenkbrauwen geleid.

AI in het familie- en erfrecht

De drie uitspraken die hiervoor besproken zijn laten zien dat AI ook van invloed is – en ongetwijfeld de komende jaren steeds meer zal zijn – op de rechtspraak in Nederland. Dit gaat vast en zeker ook binnen het familie- en erfrecht nog tot meer interessante uitspraken leiden.