Ook als een erfgenaam een nalatenschap zuiver heeft aanvaard, kunnen er redenen zijn om de rechtbank te vragen om een vereffenaar van de nalatenschap te benoemen. Is een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam belanghebbende bij een dergelijk verzoek?
Benoeming vereffenaar zonder beneficiaire aanvaarding
In het geval een nalatenschap niet beneficiair is aanvaard, is artikel 4:204 lid 1 BW leidend bij de benoeming van een vereffenaar. Voornoemd artikel bepaalt, kort samengevat, dat de volgende personen, onder de volgende omstandigheden, een verzoek kunnen doen tot benoeming van een vereffenaar:
- een belanghebbende of het openbaar ministerie, wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn, of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten;
- een schuldeiser van de nalatenschap, wanneer tot een verdeling van de nalatenschap wordt overgegaan voordat de opeisbare schulden daarvan zijn voldaan, of wanneer voor hem het gevaar bestaat dat hij niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan, hetzij omdat de nalatenschap niet toereikend is of niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt, hetzij omdat een schuldeiser zich op de goederen van de nalatenschap gaat verhalen;
- een of meer andere schuldeisers van een erfgenaam, wanneer hun belangen door een gedraging van de erfgenamen of van de executeur ernstig worden geschaad.
Wie is belanghebbende op grond van artikel 4:204 lid 1 sub a BW?
In de VereffeningsFlits van maart 2022 is Maaike Steegmans al dieper inhoudelijk ingegaan op de vraag wie belanghebbenden zijn bij het verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Kort samengevat kwam zij destijds tot de conclusie dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat tot de kring van belanghebbenden in ieder geval de schuldeisers van de nalatenschap behoren. Daarnaast beschreef zij dat er in de literatuur veel discussie bestond over de vraag of erfgenamen onder het begrip ‘belanghebbende’ kunnen vallen. Ze heeft vervolgens geconcludeerd dat het nog geen uitgemaakte zaak is in hoeverre erfgenamen onder de kring van belanghebbenden van artikel 4:204 lid 1 sub a BW kunnen worden geschaard.
Recentelijk is de vraag, of een erfgenaam belanghebbende is in de zin van artikel 4:204 lid 1 sub a BW, voorgelegd aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1257). In deze bijdrage zal aan de hand van die uitspraak nader worden ingegaan op het ’belanghebbende begrip’.
Kan een erfgenaam ook belanghebbende zijn?
De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, was hierover bij beschikking van 14 augustus 2025 heel duidelijk. De rechtbank oordeelde dat: “(…) de wetgever niet heeft beoogd onder het begrip belanghebbende in artikel 4:204 lid 1 onder a BW ook de erfgenaam te begrijpen.”. (Zie rechtsoverweging 3.12, gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1257).
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden denkt daar toch iets anders over. In zijn arrest van 3 maart 2026 gaat het hof in op het belanghebbende begrip en geeft aan dat de wet niet bepaalt wie belanghebbende is. Om te kunnen beoordelen of de erfgename in kwestie belanghebbende is, past het hof allereerst het arrest van de Hoge Raad van 12 oktober 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1900) toe. In voornoemd arrest wordt door de Hoge Raad de zogenoemde ‘tweekringen-leer’ besproken. Kort samengevat komt die leer erop neer dat beoordeeld dient te worden in hoeverre er sprake is van (1) een eigen belang of (2) anderszins nauwe betrokkenheid om te bepalen of iemand belanghebbende is of niet.
Het hof geeft aan dat uit de omstandigheid dat in artikel 4:203 lid 1 onder a BW de erfgenaam uitdrukkelijk is genoemd en in artikel 4:204 lid 1 onder a BW niet, niet kan worden afgeleid dat een erfgenaam geen belanghebbende in de zin van die laatste bepaling kan zijn. Volgens het hof biedt de tekst van de wet en de wetsgeschiedenis geen aanknopingspunten voor een dergelijke conclusie.
In deze specifieke situatie is het hof van mening dat artikel 4:204 lid 1 sub a BW het mogelijk maakt een vereffenaar te laten benoemen op verzoek van een erfgenaam. De nalatenschap wordt niet beheerd door een executeur en de bekende erfgenamen laten de nalatenschap geheel of ten dele onbeheerd. Vanwege de langdurige en uitzichtloos verstoorde verhouding tussen de erfgenamen is de nalatenschap feitelijk onbeheerd.
Voorts geeft het hof aan dat met de vereffening ook het belang van erfgenamen die zuiver hebben aanvaard is gemoeid. Het hof geeft daarbij te kennen: “De afwikkeling van een nalatenschap, die vooral bestaat in de betaling van schulden, de inning van vorderingen en de verdeling daarvan, is in beginsel overgelaten aan de (zuiver aanvaard hebbende) erfgenamen zelf. Hun belang is dat de nalatenschap ordentelijk wordt afgewikkeld en dat de schulden daarvan worden voldaan zodat zij (in het geval er meer erfgenamen zijn) daarna kunnen overgaan tot verdeling van de nalatenschap of als de nalatenschap negatief is weten welke schulden ten laste van hun overige vermogen komen. Dat is uiteraard ook een belang van beneficiaire erfgenamen. Dat betekent dat ook erfgenamen die zuiver hebben aanvaard belang kunnen hebben bij de benoeming van een vereffenaar en een vereffening van de nalatenschap als de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.”
Het hof komt tot de slotsom dat de erfgenaam in dit geval belanghebbende is bij de benoeming van een vereffenaar ex artikel 4:204 lid 1 sub a BW. Het hof leidt uit de aard van de procedure en de wetsbepaling af dat de erfgenaam door de uitkomst van de procedure kan worden getroffen in een eigen belang en dat de erfgenaam behoort te mogen opkomen ter de bescherming van dit belang.
Benoeming vereffenaar na zuiver aanvaarding op verzoek erfgenaam
Of een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam belanghebbende is bij een verzoek tot benoeming van een vereffenaar, moet worden beoordeeld aan de hand van de ‘tweekringen-leer’. Is er sprake van een eigen belang of een andere nauwe betrokkenheid bij dit verzoek? Is dat het geval en is er sprake van een situatie zoals onder artikel 4:204 lid 1 sub a BW genoemd, dan kan de zuiver aanvaard hebbende erfgenaam verzoeken om de benoeming van een vereffenaar.
