Als een zelfstandig bevoegd executeur een woning van de nalatenschap verkocht heeft die hij namens de erfgenamen wil leveren, en een erfgenaam daar bezwaar tegen maakt, wat moet een notaris dan? Aan de hand van een recente tuchtrechtelijke uitspraak volgt een uiteenzetting.
De systematiek bij verkoop door de executeur
Het is de taak van de executeur om opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen en om nalatenschapsgoederen te gelde te maken als dat voor de voldoening van die schulden nodig is (artikel 4:147 lid 1 BW). Bij die tegeldemaking vertegenwoordigt de executeur de erfgenamen (artikel 4:145 lid 2 BW). Hij heeft voor de tegeldemaking geen toestemming nodig van de erfgenamen. Wel treedt hij treedt zoveel mogelijk met hen in overleg over de keuze van de te gelde maken goederen en de wijze van tegeldemaking en als een erfgenaam een bezwaar heeft tegen een voorgenomen tegeldemaking, dient de executeur die erfgenaam in de gelegenheid te stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen (artikel 4:147 lid 2 BW). Hiervan kan een erflater bij testament afwijken. Hij kan bepalen dat wél toestemming nodig is van de erfgenamen (artikel 4:147 lid 3 BW), en hij kan bepalen dat de executeur géén overleg hoeft te voeren met de erfgenamen over de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking (artikel 4:147 lid 2 BW).
De praktijk bij verkoop door de executeur
In veel gevallen is bij testament bepaald dat de executeur geen overleg hoeft te voeren met de erfgenamen over de tegeldemaking van de goederen en dat hij (zoals de wet al bepaalt) daarvoor geen toestemming behoeft. Op die manier kan de executeur volledig zelfstandig handelen en zonder overleg met en toestemming van de erfgenamen, bijvoorbeeld, de tot de nalatenschap behorende woning verkopen voor zover dat nodig is om opeisbare schulden van de nalatenschap te voldoen. Hij zal ook, met uitsluiting van de erfgenamen die hij (privatief) vertegenwoordigt, de akte van levering kunnen ondertekenen om tot een overdracht van de woning te komen.
Als de executeur bij de uitvoering van zijn taken de woning van de nalatenschap verkocht heeft, zal hij de koopovereenkomst naar een notaris sturen met de opdracht de akte van levering te passeren. Die notaris zal dan normaal gesproken ruim vóór het passeren van de akte van levering een concept van de akte van levering naar de executeur sturen, maar óók naar de erfgenamen die de akte niet zullen ondertekenen maar die wel als door de executeur vertegenwoordigde materiële partijen bij de verkoop en levering gelden. De erfgenamen zullen dan – en mogelijk voor het eerst – kennis nemen van de verkoop van de woning en van de aanstaande eigendomsoverdracht. Op dat moment zou een erfgenaam een bezwaar kenbaar kunnen maken tegen deze wijze van tegeldemaking van een nalatenschapsgoed. Moet de notaris de akte van levering dan toch passeren?
De casus
De Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden (28 mei 2024, ECLI:NL:TNORARL:2024:22) en het Hof Amsterdam (7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2633 hebben zich onlangs ter beoordeling van een klacht tegen een kandidaat-notaris, over (onder meer) deze kwestie gebogen. Er waren twee executeurs/erfgenamen die ieder volledig zelfstandig bevoegd waren om, zonder overleg met en zonder toestemming van de andere erfgenamen goederen van de nalatenschap te gelde te maken voor zover dat nodig was om schulden van de nalatenschap te voldoen. De ene executeur verkocht op 10 juni 2022 de tot de nalatenschap behorende woning aan een derde voor € 110.000,00, hoewel de bij hem bekend WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2022 € 267.000,00 was. De akte van levering stond gepland voor 9 november 2022. Twee dagen daarvóór is het concept van de akte van levering naar alle erfgenamen gestuurd.
Dat leidde ertoe dat een dag later de advocaat van de andere executeur en mede-erfgenaam zich meldde bij de kandidaat-notaris met een koopovereenkomst die zíjn cliënt op 16 juni 2022 gesloten had. De tweede executeur bleek de woning zes dagen nadat de eerste executeur de woning verkocht had voor € 110.000,00, verkocht te hebben voor € 250.000,00 aan zichzelf en drie familieleden. Het passeren van de akte van levering op basis van de eerste koopovereenkomst werd daarop geannuleerd. Mocht/moest de notaris de akte van levering passeren op grond van die eerste koopovereenkomst? De executeur die de tweede koopovereenkomst had gesloten klaagde er onder andere over dat de kandidaat-notaris had gedreigd daaraan mee te werken en dat hij rechtsmaatregelen had moeten nemen om het passeren van de akte ternauwernood te voorkomen. Daarmee zou de kandidaat-notaris zijn zorgplicht niet zijn nagekomen en in strijd met artikel 2 Wet op het notarisambt gehandeld hebben.
De Kamer voor het notariaat overweegt dat de executeur die de eerste koopovereenkomst gesloten had, op grond van het testament volledig en zelfstandig bevoegd was tot verkoop van de tot de nalatenschap behorende woning, zonder dat hij daar toestemming voor nodig had van de andere executeur of de andere erfgenamen. Van dit testament moest de kandidaat-notaris uitgaan. Dat hij niet eerder dan twee dagen vóór het passeren van de akte van levering de andere erfgenamen door toezending van het concept van de akte in kennis gesteld had van de verkoop en aanstaande levering van de woning, was volgens de kamer daarom niet klachtwaardig. Wel achtte de kamer het klachtwaardig dat de kandidaat-notaris geen nader onderzoek gedaan had naar de hoogte van de koopprijs, omdat er aanwijzingen waren dat die aanzienlijk lager dan de marktwaarde was, maar in het feit dat de andere erfgenamen niet (tijdig) op de hoogte gesteld waren van de gesloten koopovereenkomst en de aanstaande levering zag de kamer op zichzelf geen probleem, gezien de testamentair bepaalde bevoegdheden van de executeur.
Daar dacht het gerechtshof anders over. Volgens het hof had de kandidaat-notaris de andere erfgenamen wel degelijk eerder dan twee dagen vóór het passeren van de akte van levering op de hoogte moeten stellen van de verkoop en aanstaande levering, nu hij al maanden bekend was met de gesloten koopovereenkomst. Er was dus genoeg tijd om het concept van de akte van levering aan alle erfgenamen toe te sturen. En dat had ook gemoeten volgens het hof, omdat de erfgenamen dan ook tijdig in de gelegenheid konden worden gesteld om desgewenst bezwaar in te dienen bij de kantonrechter. Omdat de kandidaat-notaris op de hoogte was van de wrijving tussen beide broers, had hij naar het oordeel van het hof aanleiding moeten zien om op een eerder moment de andere erfgenamen in te lichten over de door de executeur gesloten koopovereenkomst en de voorgenomen levering uit hoofde daarvan. De klacht werd alsnog gegrond verklaard.
Interessant is de overweging van het gerechtshof dat de erfgenamen ruim vóór het passeren van de akte van levering een concept van de akte van levering hadden moeten ontvangen om hen tijdig in de gelegenheid te stellen om hun bezwaren tegen de verkoop van de woning door de executeur in te dienen bij de kantonrechter. Daarmee lijkt het hof te doelen op artikel 4:147 lid 2 BW. Dat bepaalt dat de executeur moet overleggen met de andere erfgenamen over de tegeldemaking van goederen van de nalatenschap en, zo bij een erfgenaam bezwaar bestaat tegen een voorgenomen tegeldemaking, die erfgenaam in de gelegenheid moet stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen. Die verplichting geldt echter niet als de erflater anders heeft beschikt.
Als bij testament bepaald is, zoals in het onderhavige geval, dat géén overleg met of toestemming van de andere erfgenamen nodig is, dan lijkt er geen ruimte voor een verplichting voor een notaris om de erfgenamen toch in de gelegenheid te stellen eventuele bezwaren aan de kantonrechter voor te leggen en in afwachting daarvan de akte van levering niet te passeren. Dat zou afbreuk doen aan de uiterste wil van de erflater die nu juist wilde dat de door hem benoemde executeur daartoe zelfstandig bevoegd is, en dat overleg met, bezwaren van en een procedure bij de kantonrechter door de erfgenamen daar niet aan in de weg zouden staan. Desondanks lijkt het hof impliciet van oordeel dat er, ook als de executeur volgens het testament niet hoeft te overleggen met de erfgenamen over de tegeldemaking, een verplichting bestaat voor de executeur om een erfgenaam met een gebleken bezwaar tegen een voorgenomen tegeldemaking in de gelegenheid te stellen de beslissing van de kantonrechter in te roepen.
De notaris en verkoop door de executeur
Als een notaris de opdracht krijgt tot het passeren van een akte van levering op grond van een koopovereenkomst die gesloten is door een executeur die zelfstandig bevoegd is om, zonder overleg met en toestemming van de erfgenamen, goederen van de nalatenschap te gelde te maken, dan zal hij in beginsel zorg moeten dragen voor het passeren van de akte van levering die van de zijde van de verkopende partij uitsluitend door de executeur ondertekend zal worden. Als een erfgenaam daar bezwaar tegen maakt, dan zou dat daar op zichzelf niets aan af moeten doen. De inhoud van het bezwaar van een erfgenaam kan uiteraard wel aanleiding zijn om nader onderzoek te doen naar, bijvoorbeeld, de hoogte van de koopsom – welk onderzoek ook aan de orde geweest zou zijn als er geen executeur benoemd was – maar het enkele feit dat een erfgenaam niet instemt met de verkoop door de executeur, lijkt geen grond om de akte niet te passeren zolang de erfgenamen niet in de gelegenheid gesteld zijn de beslissing van de kantonrechter in te roepen over de voorgenomen tegeldemaking. Die discussies en die procedure heeft de erflater immers bij testament uit willen sluiten, door de executeur de volledige en zelfstandige bevoegdheid te geven waarbij hij de erfgenamen privatief vertegenwoordigt.
Maar de conclusie is óók dat een notaris die de erfgenamen niet tijdig vóór het passeren van de akte van levering een concept daarvan stuurt om hen – in strijd met de uiterste wil van de erflater – in de gelegenheid te stellen hun eventuele bezwaren tegen de verkoop door de zelfstandig bevoegde executeur aan de kantonrechter voor te leggen, of de notaris die de akte van levering passeert terwijl een erfgenaam een bezwaar gemaakt heeft dat hij aan de kantonrechter wil voorleggen, toch het risico loopt een gegronde klacht te krijgen.
