Samenwonen en uit elkaar: 4 onderwerpen die een mediator met u bespreekt

Een toenemend aantal stellen kiest ervoor om “informeel“ met elkaar samen te wonen in plaats van te trouwen of een geregistreerd partnerschap met elkaar aan te gaan. Dit kan met of zonder samenlevingscontract. Maar als samenwoners uit elkaar gaan, welke rechten en plichten gelden dan ten opzichte van elkaar?

Het is goed om te weten dat de regelingen die gelden voor gehuwden of geregistreerd partners meestal niet van toepassing zijn op ex-samenwoners. Denk dan bijvoorbeeld aan het ontbreken van een wettelijke alimentatieverplichting jegens ex-partners. Als samenwoners bent u bijvoorbeeld ook niet automatisch erfgenaam van elkaar en bovendien heeft u geen automatisch recht op (partner)pensioen van uw (ex) partner.

Daarnaast is er in principe geen rechterlijke procedure nodig om de verbreking van de samenwoning te regelen, terwijl bij een huwelijk de rechter wel de echtscheiding moet uitspreken. Dit neemt niet weg dat het wel aan te raden is om, ook al bent u niet gehuwd, maar gaat u uit elkaar, een advocaat-mediator in te schakelen die u beiden kan informeren en begeleiden bij de (financiële) afwikkeling van uw samenwoningsrelatie. Deze vier onderwerpen zal de mediator o.a. met u gaan bespreken:

  1. Opnemen van een ouderschapsplan in een beschikking?

Uit artikel 1:247a BW vloeit voort dat ook informele samenlevers met gezamenlijk gezag over hun kinderen bij scheiding verplicht zijn een ouderschapsplan voor hun kinderen op te stellen. Het ouderschapsplan dient in ieder geval afspraken over de volgende onderwerpen te bevatten:

  • De verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van de kinderen;
  • Op welke wijze ouders elkaar informeren over belangrijke onderwerpen over de kinderen, zoals bijvoorbeeld schoolkeuze, medische onderwerpen etc.;
  • Een regeling over de verdeling van de kosten van de kinderen en de vaststelling van het aandeel van ieder van de ouders in de kosten van verzorging en opvoeding.

Met name de afspraken over kinderalimentatie in een ouderschapsplan kunnen een goede reden zijn om door tussenkomst van een advocaat, aan de rechtbank te verzoeken om het ouderschapsplan op te nemen in een beschikking (een rechterlijke uitspraak), zodat deze afspraken worden voorzien van een executoriale titel. Deze executoriale titel is nodig om, bij niet betaling van de kinderalimentatie, incassomaatregelen te kunnen nemen jegens de niet-betalende ouder, bijvoorbeeld door inschakeling van het LBIO of een deurwaarder.

Bovendien is het voor jong-meerderjarige kinderen vanaf 18 jaar van belang dat de onderhoudsbijdrage vóór het bereiken van de 18-jarige leeftijd door een rechter in een beschikking is vastgesteld, omdat deze onderhoudsverplichting alleen dan van rechtswege (automatisch) wordt omgezet in een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie jegens het meerderjarige kind. Dit volgt uit artikel 1:395b BW.

  1. Heeft u een samenlevingscontract?

Voor de vraag hoe het einde van uw samenwoningsrelatie afgewikkeld dient te worden, is het van belang of u een samenlevingscontract met elkaar heeft gesloten. In een samenlevingsovereenkomst regelen partners hun onderlinge vermogensrechtelijke verhouding ten opzichte van elkaar. Deze afspraken hebben geen werking jegens derden. In het samenlevingscontract zijn veelal afspraken opgenomen over ieders bijdrage in de kosten van de huishouding, over het gemeenschappelijk vermogen, zoals bijvoorbeeld inboedel, auto’s, een gemeenschappelijke woning. Ook kan er een regeling zijn opgenomen over hoe om te gaan met investeringen van de ene partner in een goed dat eigendom is van de andere partner, of investeringen van één van de partners in een gemeenschappelijk goed, een zogenaamd vergoedingsrecht.

Een mediator gaat met u beiden bespreken welke aandachtspunten er zijn bij de afwikkeling van uw samenleving op grond van het samenlevingscontract. Denk daarbij aan de vraag of ieder van u zijn of haar draagplicht met betrekking tot de kosten van de huishouding is nagekomen en of er redenen zijn om hier nog nadere afspraken over te maken. Zijn er vergoedingsrechten ontstaan op basis van het samenlevingscontract, omdat de ene partner heeft geïnvesteerd in een vermogensbestanddeel van de andere partner? En, zo ja, hoeveel bedraagt dat recht dan? Bestaat er aanspraak op een nominale vergoeding of is sprake van de beleggingsleer? Ook kan de gerechtigdheid tot het banksaldo van een gemeenschappelijke (spaar)rekening een onderwerp van gesprek zijn, indien deze rekening niet door beide partners (in gelijke mate) is gevoed.

De mediator helpt u beiden in het zoeken naar oplossingen en informeert u over de juridische kaders die gelden. De afspraken die u hierover onder leiding van een mediator maakt worden vastgelegd in een convenant.

  1. Is er sprake van investeringen in een woning van de andere partner of een gemeenschappelijke woning?

Anders dan voor gehuwden en geregistreerd partners, kent de wet geen regeling voor vergoedingsrechten van informeel samenwonende partners, waarin de ene partner eigen geld investeert, bijvoorbeeld in de woning die eigendom is van de andere partner. Heeft die partner dan bij het beëindiging van de samenleving een vordering op de andere partner?

Ongelijke bedragen qua inbreng bij aankoop van een woning of investeringen in een woning, bijvoorbeeld voor de aanschaf van een keuken, regelt u bij voorkeur van te voren in een samenlevingsovereenkomst. Daarbij is ook van belang om een regeling op te nemen over de verjaring van een dergelijke vergoedingsvordering op de andere partner, in die zin dat die termijn pas ingaat op het moment van ontbinding van de samenlevingsovereenkomst.

Wanneer er wel sprake is van dergelijke vermogensverschuivingen tussen informele samenlevers, die uit elkaar gaan, maar hierover geen afspraken zijn gemaakt in een samenlevingscontract, dan kan de mediator met u beiden bespreken hoe hiermee om te gaan. Juist binnen een mediationtraject zijn er mogelijkheden om de bedoeling van partijen bij deze investeringen te achterhalen en deze mee te laten wegen bij het maken van afspraken over de financiële afwikkeling van het einde van de samenleving.

  1. Partneralimentatie voor ex-partner?

Tussen ex-samenwoners is op grond van de wet geen sprake van een alimentatieverplichting jegens elkaar, zoals wel het geval is voor gehuwden of geregistreerd partners. Dit betekent dat u via de rechter geen partneralimentatie jegens uw ex-partner kunt verzoeken, tenzij dit jegens elkaar wel is overeengekomen in een samenlevingsovereenkomst of overeenkomst na beëindiging van de samenwoning.

Wanneer wel een onderhoudsverplichting jegens ex-partners is opgenomen in het samenlevingscontract, dan moet worden bezien of is aangesloten bij wettelijke bepalingen inzake alimentatie en of bijvoorbeeld verwezen is naar het Rapport  Alimentatienormen. Dit is van belang met het oog op de hoogte en duur van de onderhoudsverplichting en om te bepalen hoe om te gaan met wijzigingen in de persoonlijke en financiële situatie van u of uw ex-partner in de toekomst. Ook als er geen samenlevingscontract is en u wilt als ex-samenwoners toch een onderhoudsverplichting overeenkomen, bijvoorbeeld omdat er een groot verschil in hoogte van inkomen bestaat en er ook nog zorg voor jonge kinderen is, dan is het mogelijk om een partneralimentatiebeding op te nemen in een schriftelijke overeenkomst (een convenan)t. De mediator begeleidt u bij het maken van maatwerkafspraken.

De vFAS-mediators van ons kantoor staan voor u klaar om u optimaal te informeren en begeleiden wanneer u en uw partner hebben besloten om uit elkaar te gaan. Het mediationtraject is er op gericht om samen tot oplossingen te komen die tegemoet komen aan de belangen van u beiden en uw kinderen.