Vier ouders, één gezin: motie aangenomen voor meeroudergezinnen

De diversiteit aan gezinnen in Nederland neemt toe. Om ervoor te zorgen dat alle kinderen en ouders goed beschermd zijn, is het belangrijk dat de wet deze maatschappelijke ontwikkeling volgt. In dat kader is er deze week een belangrijke stap gezet richting de juridische erkenning van meeroudergezinnen.

Op 2 juni 2026 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van Kamerleden Ines Kosti? en Songül Mutluer. De motie vraagt het kabinet om alvast voorbereidingen te treffen voor de praktische invoering van meerouderschap, zodat kinderen in meeroudergezinnen niet langer dan nodig hoeven te wachten op wettelijke bescherming. Dat lijkt misschien vooral een technische stap, maar voor duizenden kinderen en ouders kan dit een groot verschil maken.

Geschreven door Colette Grijmans en Fleur Aben.

Belang van meerouderschap

In Nederland kan een kind momenteel maximaal twee juridische ouders hebben. Voor gezinnen waarin drie of vier ouders gezamenlijk voor een kind zorgen, bijvoorbeeld bij stiefouderschap, betekent dit dat één of meer ouders juridisch buiten beeld blijven. Meeroudergezinnen ondervinden momenteel grote juridische obstakels, bijvoorbeeld bij medische situaties, bij vakanties naar het buitenland, bij oudergesprekken op school, bij juridische vertegenwoordiging, of bij financiële kwesties rondom toeslagen of erfrechtelijke aanspraken.

De motie sluit aan bij ontwikkelingen die al langer gaande zijn. De Staatscommissie Herijking Ouderschap adviseerde al in 2016 om meerouderschap wettelijk mogelijk te maken voor maximaal vier ouders. Ook andere adviesorganen hebben al eerder geconcludeerd dat wetgeving voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang van deze kinderen is. De motie verwijst onder meer naar de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) en de Raad voor de Kinderbescherming. Ook zij stellen dat de wet beter moet aansluiten bij de werkelijkheid van kinderen die opgevoed worden door meer dan twee ouders.

Initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap

VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen werkt momenteel aan een initiatiefwet die meerouderschap wettelijk mogelijk moet maken. Het wetsvoorstel heeft als doel om kinderen die bewust worden geboren in een meeroudergezin vanaf hun geboorte meer dan twee juridische ouders te kunnen geven. Daarmee zouden alle betrokken ouders gelijke rechten en verantwoordelijkheden kunnen krijgen ten aanzien van de verzorging en opvoeding van het kind. Het belang van het kind staat in het initiatiefwetsvoorstel centraal.

Als de wet wordt aangenomen, hoeven meeroudergezinnen niet langer te kiezen welke ouders juridisch ouder mogen worden. In totaal kunnen maximaal vier ouders, verdeeld over maximaal twee huishoudens, juridisch ouder worden. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten de ouders vóór de conceptie gezamenlijk afspraken vastleggen in een meerouderschapsovereenkomst, die vervolgens door de rechter wordt getoetst en bekrachtigd. Het wetsvoorstel lost voor meeroudergezinnen een aantal belangrijke knelpunten op die in de praktijk zijn geconstateerd en zorgt ervoor dat de wet beter aansluit bij de feitelijke situatie van (toekomstige) meeroudergezinnen.

Voorkomen dat een nieuwe wet jarenlang blijft liggen

Een belangrijke aanleiding voor de motie is dat uit onderzoek van de regering blijkt dat de implementatie van een meerouderschapswet – zoals het initiatiefvoorstel van Michon-Derkzen – mogelijk nog tot vijf jaar kan duren nadat deze is aangenomen. Dat zou betekenen dat kinderen in meeroudergezinnen ook na invoering van de wet nog jarenlang moeten wachten op daadwerkelijke bescherming.

Daarom verzoeken Kosti? en Mutluer het kabinet om te onderzoeken welke zogenoemde “no-regretstappen” nu al kunnen worden gezet. Denk bijvoorbeeld aan het voorbereiden van systemen van het UWV, DUO, de burgerlijke stand en andere overheids- en uitvoeringsorganisaties op situaties waarin een kind drie of vier juridische ouders heeft. De Kamer vraagt het kabinet bovendien om direct na het zomerreces over deze verkenning te rapporteren.

Belangrijke stap vooruit

Voor meeroudergezinnen verandert er door deze motie nog niet direct iets in de wet, aangezien het initiatiefwetsvoorstel nog op zich laat wachten. Toch is de betekenis ervan groot. Juist omdat de Kamer hiermee erkent dat praktische voorbereidingen niet hoeven te wachten tot de wet definitief is aangenomen. Door nu al in kaart te brengen welke aanpassingen nodig zijn bij overheids- en uitvoeringsinstanties, kan kostbare tijd worden gewonnen zodra een wettelijke regeling voor meerouderschap wordt ingevoerd.

De aangenomen motie laat bovendien zien dat er steeds meer politieke aandacht is voor de diversiteit aan gezinsvormen in Nederland. Voor meeroudergezinnen is dat hoopgevend. Hoewel er nog stappen gezet moeten worden voordat meerouderschap wettelijk wordt geregeld, brengt deze motie de erkenning van deze gezinnen weer een stukje dichterbij. En vooral: zij onderstreept dat kinderen die opgroeien met drie of vier ouders dezelfde juridische bescherming verdienen als ieder ander kind.