Partneralimentatie lijkt op het eerste gezicht vooral een rekensom van inkomen en behoefte. In de praktijk speelt er vaak meer. Naast financiele omstandigheden kunnen ook gedragingen van ex-partners een rol spelen bij de vraag of, en in hoeverre, alimentatie verschuldigd is. In deze bijdrage wordt ingegaan op de factoren die van invloed zijn op partneralimentatie, met bijzondere aandacht voor de rol van zogenoemd grievend gedrag en de manier waarop de rechtspraak hiermee omgaat.
Factoren die van invloed zijn op partneralimentatie
De grondslag voor de onderhoudsverplichting jegens een ex-echtgenoot is gelegen in de lotsverbondenheid die is ontstaan door het huwelijk en die ook na beëindiging van het huwelijk doorloopt. Bij het vaststellen van partneralimentatie dient de rechter rekening te houden met financiële factoren, maar kan de rechter ook rekening houden met niet-financiële factoren. De niet-financiële factoren kunnen van objectieve aard zijn, zoals bijvoorbeeld duur van het huwelijk, de leeftijd van de echtgenoten, of van subjectieve aard. Onder deze subjectieve factoren die van invloed kunnen zijn op de partneralimentatie vallen gedragingen van de alimentatiegerechtigde ex-echtgenoot. In de jurisprudentie wordt dit wangedrag ook wel aangeduid met grievend gedrag.
Grievend gedrag en alimentatie: ontwikkeling in jurisprudentie
In uitzonderlijke gevallen kan grievend gedrag van een alimentatiegerechtigde tot de conclusie leiden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat er nog (volledige) partneralimentatie wordt betaald door de alimentatieplichtige. Volgens vaste jurisprudentie moet voor matiging of beëindiging van de partneralimentatie sprake zijn van feiten en omstandigheden van een zodanige aard dat van een gewezen echtgenoot in redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd aan het levensonderhoud van de ander bij te dragen. Daarbij is doorslaggevend de uitwerking die de betrokken gedragingen van de alimentatiegerechtigde op de alimentatieplichtige heeft. Daarbij wordt vrijwel steeds in aanmerking genomen door de rechters dat het op zichzelf niet ongebruikelijk is dat een relatiebreuk dan wel echtscheiding, gepaard gaat met de nodige emoties. Niet iedere vorm van wangedrag dan wel grievend gedrag is daarom aanleiding om de onderhoudsverplichting jegens de ex-echtgenoot te matigen of te beëindigen. Het moet wel gaan om ernstige misdragingen. Zoals uit de onderstaande voorbeelden blijkt, is de rechtspraak sterk casuïstisch van aard.
Voorbeelden uit rechtspraak waarin een beroep op grievend gedrag wel heeft geleid tot matiging of beeindiging alimentatieverplichting
In een zaak bij de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2026:3312)
was het volgende aan de orde: een vrouw verzoekt na 22 jaar huwelijk om een voorlopige partneralimentatie, terwijl de man zich daartegen verweert met de stelling dat de vrouw zich tijdens het huwelijk ernstig grievend heeft gedragen, waardoor volgens hem de lotsverbondenheid is opgehouden. De man verblijft in een zorginstelling en geeft aan dat hij tijdens het huwelijk structureel psychisch en fysiek werd mishandeld door de vrouw. De rechtbank overweegt dat uit diverse stukken en verklaringen een consistent beeld naar voren komt van structureel grensoverschrijdend gedrag van de vrouw jegens de man, waaronder psychische druk, intimidatie en mogelijk fysiek geweld, evenals een onveilige thuissituatie waarin de man zich angstig voelde. Ook acht de rechtbank aannemelijk dat de vrouw heeft geprobeerd zorgverlening te belemmeren en een verklaring te manipuleren, wat als ernstig verwijtbaar wordt gezien. Op basis van het geheel van omstandigheden concludeert de rechtbank dat sprake is van zodanig grievend gedrag dat de lotsverbondenheid tussen partijen is verbroken. Hierdoor kan in redelijkheid niet van de man worden verlangd dat hij partneralimentatie betaalt, zodat het verzoek van de vrouw wordt afgewezen.
In een andere zaak, die speelde bij de Rechtbank Midden Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:2199), verzocht een man om voorlopige partneralimentatie van de vrouw tijdens de echtscheidingsprocedure. De vrouw verweert zich daartegen met de stelling dat de man zich gedurende de relatie en ook na de feitelijke breuk, zodanig grensoverschrijdend en controlerend heeft gedragen, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om haar te verplichten een bijdrage in zijn levensonderhoud te betalen. Zij stelt dat er sprake is van intieme terreur. De rechtbank oordeelt dat de vrouw voldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een patroon van dwingende controle en psychisch geweld door de man (intieme terreur). Daarbij wijst de rechtbank op vernederingen, intimidatie, bedreigingen, isolatie, controle over de telefoon van de vrouw, het blokkeren van de deur toen de vrouw wilde vertrekken, het blijven benaderen van de vrouw na de breuk ondanks haar duidelijke verzoeken om geen contact meer op te nemen, het achterhalen van haar geheime adres en het laten merken dat hij wist waar zij woonde. De rechtbank acht aannemelijk dat dit gedrag grote impact heeft op het psychisch welzijn van de vrouw en dat zij daar nog steeds onder lijdt. De conclusie van de rechtbank is dat het onder deze specifieke omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om van de vrouw te verlangen dat zij tijdens de echtscheidingsprocedure voorlopige partneralimentatie aan de man betaalt.
Andere omstandigheden die in de rechtspraak hebben geleid tot matiging of beëindiging van de partneralimentatieverplichting zijn de volgende:
- strafrechtelijke veroordeling van de man vanwege het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal van een van zijn kinderen;
- het plegen van huiselijk geweld door de vrouw jegens de man waardoor deze blijvend lichamelijk letsel en PTSS heeft opgelopen;
- het meermaals door de vrouw contact zoeken met de werkgever van de man om hem in een zeer kwaad daglicht te zetten en ten onrechte aangifte doen van seksueel misbruik van de kinderen;
- het blijvend frustreren van hulpverlenings- en omgangstrajecten, geen uitvoering geven aan de zorgregeling, kinderen onttrekken aan gezag door de vrouw.
Voorbeelden uit rechtspraak waarin een beroep op grievend gedrag werd afgewezen
In de volgende zaken werd een verzoek om matiging of beëindiging van partneralimentatie op grond van grievend gedrag afgewezen omdat de gedragingen hetzij onvoldoende kwamen vast te staan of onvoldoende ernstig waren.
Zo oordeelde de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2026:4088) dat alhoewel partijen sinds de echtscheiding in een heftige strijd verwikkeld zijn en dat de verhouding ernstig is verstoord, maar dat onvoldoende is komen vast te staan dat de vrouw zich zodanig grievend heeft gedragen dat dit beëindiging of matiging van de alimentatieplicht rechtvaardigt.
Ook in een andere zaak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2026:2803) werd geoordeeld dat een gedraging van de vrouw met kokend water, waardoor de man stelt dat hij blijvend in zijn gezicht is verminkt, onvoldoende grond is om te oordelen dat de lotsverbondenheid door grievend gedrag van de vrouw vervallen is. De vrouw stelde dat er sprake was van een noodweersituatie en heeft aangevoerd dat de man agressief was en onder invloed verkeerde. In deze zaak heeft de rechtbank overwogen dat wel is gebleken van een eenmalig ernstig en betreurenswaardig incident, maar dat in deze procedure niet kan worden vastgesteld wat zich precies heeft afgespeeld. Daarnaast weegt de rechtbank ook mee dat partijen lange tijd gehuwd zijn geweest.
In een zaak die speelde bij de Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2025:15042) stelde de man dat de vrouw zich zodanig grievend jegens hem had gedragen dat van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij nog een bijdrage in haar levensonderhoud betaalt. Hij stelt dat de vrouw zich schuldig heeft gemaakt aan intimiderend en controlerend gedrag, waaronder vernedering, bedreiging, chantage, het volgen en in de gaten houden van hem en zijn nieuwe partner, en het verspreiden van onwaarheden, ook richting derden en zakelijke relaties. De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is geweest van dermate ernstig grievend gedrag dat partneralimentatie daarom geheel of gedeeltelijk moet vervallen. De rechtbank erkent wel dat bepaalde uitlatingen van de vrouw voor de man emotioneel zwaar zullen zijn geweest, maar weegt ook mee dat de vrouw op haar beurt werd geconfronteerd met de affaire en nieuwe relatie van de man en met de geboorte van een kind uit die relatie nog voor afronding van de scheiding. Verder is volgens de rechtbank niet gebleken dat de man daadwerkelijk schade heeft geleden of dat zijn privé- of werkleven door het gedrag van de vrouw zodanig is ontwricht dat alimentatie niet meer van hem kan worden gevergd.
Ook een verzwegen zwangerschap, meerdere buitenechtelijke affaires, een nietigverklaring van een kerkelijk huwelijk die voor een man vanwege zijn geloofsovertuiging moeilijk te verwerken is, zijn voorbeelden van zaken die in de recente rechtspraak niet leiden tot het oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om nog langer van de alimentatieplichtige te vergen aan alimentatiegerechtigde partneralimentatie te betalen.
Conclusie beeindiging alimentatie bij wangedrag
Uit de rechtspraak blijkt dat er kennelijk heel wat moet gebeuren voordat de rechter overgaat tot beëindiging of matiging van een partneralimentatieverplichting op grond van grievend gedrag. Een familierechtadvocaat kan u behulpzaam zijn bij het voeren van een dergelijke procedure.

