Vruchtgebruikreservebank

Aan alle erfgenamen op de ‘vruchtgebruikreservebank’: zijn er maatregelen te treffen als blijkt dat een vruchtgebruiker (ernstig) tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen?

In menig nalatenschap krijgt een erfgenaam te maken met een vruchtgebruiker. Zo kan sprake zijn van een zo te noemen ‘vruchtgebruiktestament’. In dat geval heeft de erflater in zijn testament bepaald dat de langstlevende echtgenoot een recht van vruchtgebruik krijgt gelegateerd. Dit kan zijn een recht van vruchtgebruik op de gehele nalatenschap, op een deel van de nalatenschap of op bepaalde tot de nalatenschap behorende vermogensbestanddelen. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan een woning. In dat geval verkrijgt de langstlevende het recht van vruchtgebruik van de tot de nalatenschap behorende woning. De woning zelf behoort weliswaar tot de nalatenschap, maar mag zolang als het vruchtgebruik duurt door de vruchtgebruiker worden gebruikt.

De komst van een vruchtgebruiker kan voor de erfgenamen behoorlijk wat uitdagingen met zich meebrengen. Zeker indien de vruchtgebruiker een nieuwe echtgenoot is van erflater met wie de kinderen van erflater uit een eerder huwelijk geen warm contact onderhouden. De vruchtgebruiker verkrijgt immers een bijzondere positie. De wetgever definieert een vruchtgebruik als het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (artikel 3:201 lid 1 BW).

Het feit dat de vruchtgebruiker gebruik mag maken van goederen van de hoofdgerechtigde én hiervan de eventuele vruchten mag genieten onderstreept de bijzondere positie van de vruchtgebruiker, zeker in nalatenschapskwesties. En, niet onbelangrijk, de langstlevende echtgenoot krijgt door het legaat een vordering op de erfgenamen tot vestiging van het vruchtgebruik. De erfgenamen zullen dus moeten meewerken aan het vestigen van het recht van vruchtgebruik.

Het recht van vruchtgebruik heeft voor de erfgenamen als consequentie dat zij op de erfrechtelijke reservebank plaats moeten nemen. En niet alleen zitten de erfgenamen op de reservebank. De erfgenamen moeten vanaf de zijlijn toekijken hoe de vruchtgebruiker de wedstrijd uitspeelt.

Een belangrijk element hierbij is bovendien dat het recht van vruchtgebruik de vruchtgebruiker niet automatisch het recht geeft dat het aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen mag worden verbruikt. Sterker nog: het wettelijk uitgangspunt is dat het aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen niet mag worden verbruikt. Bij testament kan van dit wettelijk uitgangspunt worden afgeweken door de vruchtgebruiker de bevoegdheid tot vertering of intering van het vruchtgebruikvermogen te geven. Een mogelijkheid is ook dat in het testament een beperkte interingsbevoegdheid wordt gegeven, bijvoorbeeld als is bepaald dat de vruchtgebruiker eerst dient in te teren op zijn eigen vermogen, voordat de vruchtgebruiker het vruchtgebruikvermogen mag verbruiken.

Kortom, de inhoud van het testament is dus zeer bepalend voor de vraag welke bevoegdheid de vruchtgebruiker krijgt én voor de vraag of de vruchtgebruiker de nalatenschapstaart mag opeten, of gedeeltelijk mag opeten.

Dit onderstreept direct de wrijving die kan ontstaan tussen de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigden/erfgenamen.

Verplichtingen voor de erfrechtelijke vruchtgebruiker

Is er dan alleen maar slecht nieuws voor de erfgenamen? Nee, dat niet. Voor de vruchtgebruiker, maar ook de erfgenamen, is het belangrijk om zich te realiseren dat de vruchtgebruiker zich dient te houden aan een aantal wettelijke verplichtingen. De regels omtrent vruchtgebruik zijn opgenomen in Boek 3, titel 8 BW.

Zo is een vruchtgebruiker verplicht om bij aanvang van het vruchtgebruik een boedelbeschrijving op te stellen met een overzicht van de onder het vruchtgebruik vallende goederen (artikel 3:205 lid 1 BW). Daarnaast dient een vruchtgebruiker de hoofdgebruiker jaarlijks te voorzien van een opgave van het vruchtgebruik (artikel 3:205 lid 4 BW). Dit dient een nauwkeurige opgave te zijn van de goederen die niet meer aanwezig zijn, van de goederen die daarvoor in de plaats zijn gekomen en van de voordelen die de goederen hebben opgeleverd en die geen vruchten zijn. Op deze wijze verkrijgt de hoofdgerechtigde inzicht in het verloop van het vruchtgebruik.

Kortom, het gebruik van de goederen van de hoofdgerechtigde door de vruchtgebruiker komt niet zonder last. De vruchtgebruiker dient zich te houden aan diverse verplichtingen in het belang van de hoofdgerechtigde.

Ernstig tekortschieten door de vruchtgebruiker in het erfrecht

Indien een vruchtgebruiker ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen heeft de wetgever een vangnet opgenomen in de wet. Artikel 3:221 lid 1 BW bepaalt dat indien een vruchtgebruiker ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen de rechtbank, op vordering van de hoofdgerechtigde, aan deze het beheer kan toekennen. Daarnaast kan de rechtbank het vruchtgebruik onder bewind stellen. Let wel, het vruchtgebruik wordt onder bewind gesteld, niet de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen.

Deze door de rechtbank te nemen maatregelen hebben tot doel de hoofdgerechtigde te beschermen tegen ongewenste handelingen of nalaten van de vruchtgebruiker. De vraag of een vruchtgebruiker ‘ernstig’ tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen ten opzichte van de hoofdgerechtigde hangt af van de omstandigheden van het geval.

De rechtbank Gelderland (Rb. Gelderland 21 december 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:7472) boog zich eind 2022 over een kwestie waarin de hoofdgerechtigden de vruchtgebruikster verweten ernstig tekort te zijn geschoten in haar verplichtingen. Het volgende was aan de hand.

Erflater had in zijn testament zijn afstammelingen tot enig erfgenamen benoemd. Aan zijn echtgenote had erflater het vruchtgebruik van zijn gehele zuivere nalatenschap gelegateerd. De bijzonderheid die in deze kwestie meespeelde was dat één van de kinderen van erflater na het overlijden een procedure ter vaststelling van het vaderschap over haar is gestart. In dat kader heeft een DNA-onderzoek plaatsgevonden, als gevolg waarvan het vaderschap gerechtelijk is vastgesteld. Deze afstammeling werd hiermee, tezamen met de andere vijf kinderen, erfgenaam.

De rechtbank kwam tot het oordeel dat de vruchtgebruikster ernstig tekort was geschoten in haar verplichtingen op grond van artikel 3:221 lid 1 BW.

In de eerste plaats was de vruchtgebruikster de verplichting tot het doen van de jaarlijkse opgave over het vruchtgebruikvermogen jegens de erfgenamen niet nagekomen. Ook niet nadat de vruchtgebruikster hiertoe meerdere keren was aangeschreven.

In de tweede plaats werd het vruchtgebruikster verweten dat zij het kind waarvan de vaststelling vaderschap nog gerechtelijk diende te worden vastgesteld, niet heeft laten opnemen in de verklaring van erfrecht. Volgens de rechtbank wist de vruchtgebruikster dat dit kind één van de afstammelingen van erflater was, dan wel had zij daar, zolang hierover nog geen zekerheid bestond, rekening mee moeten houden. Ten tijde van het opstellen van de verklaring van erfrecht was de procedure vaststelling gerechtelijk vaderschap immers al ruim aangevangen.

Ten derde verwijt de rechtbank vruchtgebruikster dat zij op de tot de nalatenschap behorende woning een hypotheekrecht had gevestigd zonder toestemming van voornoemde zesde afstammeling. De rechtbank gaat voorbij aan het verweer van vruchtgebruikster dat zij ten tijde van de vestiging van het hypotheekrecht niet bekend was met de uitkomst van het DNA-onderzoek. Op het moment van het vestigen van het hypotheekrecht was immers het vaderschap van erflater over deze afstammeling al gerechtelijk vastgesteld. Volgens de rechtbank had de vruchtgebruikster daarom moeten weten dat zij als afstammeling van erflater moest instemmen met het vestigen van het recht van hypotheek op de woning.

Saillant detail dat in dit tussenvonnis naar voren komt, is dat de vruchtgebruikster (althans haar gevolmachtigde) kennelijk ter zitting naar voren heeft gebracht dat vruchtgebruikster zich ook in de toekomst niet aan haar wettelijke verplichtingen als vruchtgebruikster zal houden, indien zij weet heeft van die verplichtingen. Daar komt blijkbaar bij dat namens vruchtgebruikster ook is verklaard dat zij “alles van het geld” mag gebruiken voor haarzelf, of zoals de rechtbank dit verwoord, dat zij mag interen op het vruchtgebruikvermogen.

Daar gaat de vruchtgebruikster echter te kort door de bocht. Hoofdregel is immers dat het aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen niet mag worden verbruikt. Nu erflater aan vruchtgebruikster niet de bevoegdheid tot vertering heeft toegekend, mag zij niet interen op het vermogen dat haar in vruchtgebruik is gegeven. Het feit dat onzekerheid bestaat over de vraag of vruchtgebruikster nu al per saldo heeft ingeteerd op het vermogen van de nalatenschap van erflater, wijst op een tekortschieten in haar verplichtingen als vruchtgebruikster, aldus de rechtbank.

Dit maakt dat de rechtbank concludeert dat sprake is van een ernstig tekortschieten door de vruchtgebruikster. De vruchtgebruikster wordt om die reden veroordeeld tot het doen van een nauwkeurige opgave van het vruchtgebruik. Daarnaast stelt de rechtbank het vruchtgebruik onder bewind. Gelet op de ernstig verstoorde relatie tussen partijen zal de rechtbank niet een van de partijen tot bewindvoerder benoemen. Volgens de rechtbank is het in het belang van partijen dat een onafhankelijk bewindvoerder wordt benoemd, om verwijten en achterdocht tussen partijen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Conclusie over de erfenis en vruchtgebruik

Kortom, deze uitspraak (het betreft overigens een tussenvonnis) geeft op duidelijke wijze weer dat een hoofdgerechtigde via een gang naar de rechter kan bewerkstelligen dat sancties worden opgelegd aan de tekortschietende vruchtgebruiker.

Maar beter nog is om de gang naar de rechter te vermijden door een transparante communicatie tussen de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde te bewerkstelligen. Het is daarom aan te raden om bij aanvang van het vruchtgebruik duidelijke afspraken te maken over hoe de communicatie en de uitvoering van het recht van vruchtgebruik wordt vormgegeven. Want een wedstrijd met spelregels is een stuk prettiger dan zonder.

Meld u aan voor onze opleidingen nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van ons aanbod. Meld u hieronder aan en ontvang als eerste een overzicht van nieuwe data en opleidingen.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.